In een nieuwe slaapplek is het nooit helemaal stil. Er tikt een verwarming, een koelkast begint plots te zoemen, de wind trekt aan de luiken, of vogels beginnen al te fluiten voor het licht wordt. Thuis let je er niet meer op, maar op een vreemde plek klinkt elk geluid luider. Dat is normaal, en het goede nieuws is dat je er meestal snel aan went.
Zoek uit waar het geluid vandaan komt
Een geluid dat je niet kent, klinkt in het donker vaak enger dan het is. Daarom helpt het om overdag door het huis of de kamer te lopen en te luisteren. Wat zoemt daar, en wat kraakt? Vaak zijn het buizen, een boiler of een ventilator. Kijk ook wat er buiten te horen is, zoals een weg, dieren of buren. Weet je waar het vandaan komt, dan is het geen mysterie meer, en dan kun je het meestal veel makkelijker negeren.
Ga na wat je zelf kunt veranderen. Sluit het raam als het lawaai van buiten komt, of trek een dik gordijn dicht om het geluid wat te dempen. Zet een ventilator of een zacht geluid aan, zodat storende geluiden minder opvallen. Oordoppen zijn klein en werken bijna altijd, ook al voelt het in het begin vreemd. Leg ze samen met een lampje binnen handbereik, zodat je niet hoeft te zoeken als je midden in de nacht wakker wordt.
Op het platteland horen ook dieren erbij. Een uil, een vos of een vleermuis kan best luid zijn, maar meestal betekent het niets. Houd gewoon je gezond verstand, doe de deuren dicht en laat de dieren met rust. Slaap je met kinderen, leg dan rustig uit wat de geluiden zijn, want kennis maakt ze minder eng. Een klein lampje en een knuffel doen wonderen als kinderen bang zijn.
Geef jezelf de tijd. De eerste nacht op een nieuwe plek slaap je vaak licht, want je hersenen zijn nog op hun hoede. Na een nacht of twee lukt het meestal beter. Houd je vaste avondritueel aan, zoals lezen of een kop thee. Vertrouw erop dat het went, en probeer niet te veel naar het geluid te luisteren, want dan hoor je het net meer. Meestal is het na een paar dagen gewoon deel van de plek geworden.