Omgaan met heimwee op een lange reis

Landschapsillustratie

Heimwee kan je verrassen, ook als de reis prachtig is. Je zit ergens mooi, maar plots mis je je eigen keuken, je vertrouwde bed of de mensen thuis. Dat betekent niet dat je reis mislukt is. Het hoort erbij, zeker bij een lange reis, en bijna iedereen die lang van huis is, kent dat gevoel. Het helpt om er vriendelijk mee om te gaan en er niet tegen te vechten.

Maak kleine gewoontes

Bouw wat vastigheid in je dagen. Een vast ontbijt, een wandeling op hetzelfde uur of een avondritueel geeft een gevoel van thuis, ook als de plek nieuw is. Neem een klein voorwerp mee dat je aan thuis doet denken, zoals een foto, een sjaal of een boek. Zet het op een plek waar je het elke dag ziet. Vaak volstaat zo'n klein ding om je gerust te stellen.

Houd contact met thuis, maar met mate. Een kort gesprek of bericht kan warm en troostend zijn. Bel je echter de hele tijd, dan blijf je met je hoofd thuis en mis je wat er om je heen gebeurt. Spreek een vast moment af, bijvoorbeeld 's avonds, zodat je iets hebt om naar uit te kijken en overdag vrij bent. Vertel eerlijk hoe het gaat, want thuis begrijpt men dat vaak beter dan je denkt.

Zorg overdag voor bezigheid en beweging. Ga naar buiten, wandel, kijk rond en praat met mensen. Een eenvoudige maaltijd die je herkent, zoals soep of een boterham, kan verrassend veel doen. Schrijf een kaartje of een brief naar iemand thuis, want schrijven helpt om je gedachten te ordenen. Als het echt zwaar is, neem dan een rustige dag, zonder plannen, en gun jezelf tijd om bij te komen.

Vertel het aan je reisgenoten, want je bent waarschijnlijk niet de enige. Heeft een kind heimwee, luister dan zonder te oordelen, en geef het een knuffel, een vertrouwd spelletje of een verhaaltje voor het slapengaan. Plan iets waar je naar uitkijkt, zoals een uitstap of een lekker etentje. Na een paar dagen zakt het gevoel meestal weg, en dan weet je weer waarom je op reis bent gegaan.