Overnachten in een tent op een festival is een ervaring op zich. Je bent midden in het gebeuren, en de sfeer is de hele dag en avond aanwezig. Tegelijk is het niet de plek voor een stille nachtrust. Muziek, gepraat en bewegende mensen maken het lawaaiig, en de tent is heet zodra de zon opkomt. Met een paar slimme keuzes slaap je toch redelijk, en de rest van het festival smaakt beter.
Kies een goede plek
Zet je tent zo ver mogelijk van de geluidsboxen, het toiletgebouw en de looproutes. Een plek aan de rand is meestal rustiger, maar niet te ver van water en wegen. Kies een vlak stuk en kijk of er geen kuil in zit waar water kan blijven staan. Zet je tent met de deur van de wind af en gebruik de schaduw van bomen als die er zijn. Onthoud waar je staat, want je tent ziet er tussen al die andere tenten hetzelfde uit.
Maak je tent herkenbaar met een vlag of een felgekleurd lint. Zo vind je hem 's nachts makkelijker terug. Neem een hoofdlamp mee en oordoppen om beter te slapen. Een goede slaapmat maakt een groot verschil, want de grond wordt kouder en harder dan je denkt. Leg je waardevolle spullen in een kleine tas die je altijd bij je houdt, en laat niets zichtbaar liggen in de tent.
Let op het weer. Regen maakt een festival modderig, dus neem laarzen en een regenjas mee. Zet je tent goed vast met haringen en spanlijnen, en leg de natte spullen apart. Gaat het regenen, dan is het fijn om een zeiltje of extra doek te hebben. Bij zon is het juist belangrijk om te drinken en in de schaduw te zitten, want een tent kan 's ochtends al snel warm worden.
Wees een goede buur. Groet je buren, zet je muziek niet te hard en houd je plek schoon. Neem alles wat je hebt meegenomen ook weer mee naar huis, ook je tent. Zo laat je de plek netjes achter voor wie na je komt. Een festival is een feest, en wie een beetje rekening houdt met anderen, heeft er meer plezier van, zowel overdag als 's nachts.